Suïcidepreventiewerking van het Centrum Geestelijke Gezondheidszorg

De Suïcidepreventiewerking van de Centra Geestelijke Gezondheidszorg ging van start eind 1997 toen 8,5 VTE preventiewerkers werden aangesteld, verspreid over verschillende CGG, met een overkoepelende coördinatie. De werking is gericht op het intermediaire niveau: het inhoudelijk ondersteunen en bijscholen van hulpverleners/professionelen en het coachen van beleidsontwikkeling van organisaties zijn kenmerkend voor de werking.
Het CGG Mandel en Leie vzw beschikt over 1 halftijdse suïcidepreventie medewerker: Karen De Waele.
De werking heeft volgende doelstellingen:
1. Ingebouwde preventie en optimalisering van hulpverlening
Ingebouwde preventie is vervat in de curatie. Het gaat om curatieve activiteiten die preventieve effecten hebben of die met een preventieve bekommernis worden uitgevoerd. We onderscheiden de drie volgende luiken.
1.1. Het optimaliseren van hulpverlening in het CGG bij risico op suïcidaal gedrag
- Elke suïcidale persoon, naasten en nabestaande wordt op verantwoorde wijze opgevangen. Het CGG heeft een draaiboek waarin de activiteiten en verantwoordelijkheden duidelijk zijn omschreven, evenals de opvang van nabestaanden (familie en hulpverleners). Het is een set van aanbevelingen toegespitst op de verschillende fasen in een individueel hulpverleningstraject in een CGG (van aanmelding tot afsluiting). Dit document weerspiegelt het beleid van het CGG.
- De CGG-hulpverleners onderhouden hun deskundigheid in het werken met suïcidale cliënten, hun omgeving en de nabestaanden, d.m.v. literatuur en bijscholing.
1.2. Het opvangen van nabestaanden
- In elke provincie is er een contactpersoon binnen het CGG die de werking voor nabestaanden (gespreksgroepen) ondersteunt.
- De opvang van nabestaanden in de CGG en de coördinatie en werking van gespreksgroepen voor nabestaanden na zelfdoding in Vlaanderen vergt een bijzondere aanpak. De realisatie van deze doelstelling wordt opgenomen door Werkgroep Verder (www.werkgroepverder.be) waarmee nauw wordt samengewerkt.
1.3. Het opvangen van suïcidepogers in zorgnetwerken (Project Integrale Zorg Suïcidepogers)
- De opvang van suïcidepogers en hun naasten start vaak op de spoedafdeling van een Algemeen Ziekenhuis. De somatische zorg voor deze patiënten is uiteraard zeer belangrijk. Daarnaast is een degelijke psychosociale evaluatie en opvang cruciaal, o.a. met het oog op het voorkomen van herhaald suïcidaal gedrag.
- Om de zorg aan deze groep en hun familie te optimaliseren startte het Project Integrale Zorg Suïcidepogers in opdracht van de Vlaamse Overheid. Hierbij werd het Instrument voor Psychosociale Evaluatie en Opvang (IPEO) ontwikkeld. Het ziekenhuispersoneel kan met dit hulpmiddel in een semi-gestructureerd interview risico’s en zorgbehoeften inventariseren en een zorgtraject uitstippelen. De suïcidepreventiewerkers sensibiliseren Algemene Ziekenhuizen om een klinisch pad te ontwikkelen waarbinnen het IPEO wordt geïntegreerd. Het klinisch pad omvat ook afspraken over vervolgzorg. Hierbij is de huisarts een centrale figuur. In het ziekenhuis wordt aan de patiënt voorgesteld de huisarts te contacteren binnen de week na ontslag. De huisarts ontvangt een rapport en wordt gevraagd de patiënt te contacteren binnen de twee weken na ontslag.
2. Deskundigheidsbevordering van intermediairs en netwerken
2.1. Vorming en bijscholing intermediairs
- Intermediairs zijn professionelen die beroepshalve in contact komen met suïcidale personen en/of hun omgeving. De Suïcidepreventiewerking van de CGG staat in voor de vorming aan intermediairs. Gezien de maatschappelijke positie van de CGG richten we ons bij voorkeur op een aantal specifieke doelgroepen: CGG, huisartsen, ziekenhuispersoneel, politie, CLB en leerlingenbegeleiders, ouderenhulp.
- Op vraag kan eventueel een vorming op maat worden aangeboden.
2.2. Suïcidepreventie en geestelijk gezondheidsbeleid op school
- Jaarlijks wordt een bijscholing in suïcidepreventie aangeboden aan CLB-medewerkers en leerlingbegeleiders. Daarnaast coachen we de ontwikkeling of actualisering van een suïcidepreventie/postventie-draaiboek dat past in het eigen schoolgezondheidsbeleid. De suïcidepreventiewerker neemt hierbij de rol op van externe deskundige, overlegt met CLB en school, adviseert, geeft feedback en biedt relevante literatuur en materiaal aan.
- De suïcidepreventiewerker werkt ook samen met de Geestelijk Gezondheidscoaches die secundaire scholen begeleiden bij het opstellen van een omvattend geestelijk gezondheidsbeleid van de school.
3. Het afstemmen met andere actoren en het locoregionaal implementeren van het Vlaams Actieplan Suïcidepreventie
- In 2006 werd het Vlaams Actieplan Suïcidepreventie op de sporen gezet. De Suïcidepreventiewerking van de CGG werd hierin opgenomen. Klemtonen van het actieplan zijn o.a. het optimaliseren van de hulpverlening van de CGG, het opvangen van nabestaanden, het opvangen van suïcidepogers in zorgnetwerken, alsook deskundigheidsbevordering van intermediairs (huisartsen, ziekenhuizen, politie, CLB en leerlingenbegeleiders, …) en beleidsondersteuning (draaiboeken) voor bvb. CLB/ scholen. Hiertoe wordt zowel lokaal als op Vlaams niveau samengewerkt met de relevante actoren.
- In december 2007 startten zes locoregionale structuren (vijf provincies en regio Brussel) die het Vlaams Actieplan implementeren. Hiertoe werken de CGG, de LOGOs en de Overlegplatforms Geestelijke Gezondheidszorg structureel samen.
- De Suïcidepreventiewerking van de CGG steunt de verdere ontwikkeling en implementatie van dit Vlaams Actieplan en werkt hier – gezien haar jarenlange expertise – zoveel mogelijk aan mee.
Contact:
Naam regio: CGG Mandel en Leie vzw (regio Zuid-West-Vlaanderen)
Naam preventiewerker: Karen De Waele
Naam en adres CGG: CGG Mandel en Leie vzw, Beverlaai 3b te 8500 KORTRIJK
Tel. : 056 23 00 23
Fax.: 056 23 00 28
E-mail:
Website CGG: www.cggml.be
Zie ook folder suicidepreventiewerking van de Centra Geestelijke Gezondheidszorg